Auto op het strand op Romo

Een stralende ochtendzon komt ons campertje binnen op de vroege morgen. Ontbijten in het natte gras met de zon op ons snoetje, levert ultiem buitenleven gevoel op. We gaan ons eerste Deense wadden eiland Romo, bezoeken en daar ook een rondje fietsen. We nemen afscheid van onze allervriendelijkste campinghostess en rijden langs de waddenkust en slaperige kleine dorpjes naar het eiland. Dit eiland is met een dijk/dam van 10 kilometer bereikbaar vanuit het vasteland. De doorgaande kust weg eindigt bij deze dam in t – splitsing, je kunt linksaf richting het eiland of rechtsaf richting de andere kant van het eiland.

Links en recht van de weg drooggevallen stukken zee en de voor Deense wadden omgeving zo kenmerkende paaltjes, eindeloze rijen met paaltjes bedoelt om de zeebodem bij elkaar te houden (?). We rijden het eiland op, de infrastructuur qua wegen is simpel: een weg verticaal over het eiland naar de Noordzeekust, en een weg horizintaal richting de havenplaats. We kiezen ervoor om de dam die overgaat in de verticale weg dwars over het eiland te volgen, naar Lakolk. Dit is het commerciële centrum van het eiland alwaar ook de grootste camping aan vast zit met 1000 plaatsen een waar recreatie dorp. De officiële asfaltweg eindigt bij een marginaal duinenrijtje, maar daar staat plots een snelheidsbord dat je 30km mag en er komen auto’s van het strand af! We rijden door en komen op een enorme strand vlakte (wouw) waar her en der auto’s en campers heen en weer rijden. Het lijkt alsof we in een surrealistisch landschap terecht zijn gekomen waar speelgoed autootjes lukraak over het strand op zoek zijn naar iets… Wij rijden er ook op en ontdekken al snel dat het iets een ultiem soort van vrijheid is, een gevoel van alleen op de wereld te zijn, met alleen de elementen van zon zand wind zee en wij met de auto als beschermhoesje. We zetten de auto neer en lopen eerst een flink stuk naar de zee, en daar staat dan in de verte ons rode monstertje op het strand op ons te wachten. Als we terugkomen van onze wandeling zetten we Look op de wind zodanig dat we uit de wind in de zon in de opening kunnen zitten, met een koffietje/theetje erbij levert dit een ongeëvenaarde beleving op.

We plannen onze fietstocht en rijden na een uur het strand weer af, en parkeren de camper bij het winkelcentrum en stappen op de fiets voor ons ‘achtje’ over het eiland.

De landschappen op het eiland wisselen in hoog tempo, zoals het een waar wadden eiland betaamt. Het duinlandschap met zomerhuisjes, wordt kwelder, wordt polder, wordt heide, wordt bos, wordt strand, wordt bebouwing en weer op nieuw het hele cirkeltje. Alles opgeleukt met drie campings, veel recreatie woningen drie doorgaande wegen en wat supermarkten. De sfeer qua landschap is zeer vergelijkbaar met onze Schier ervaring, los van het auto strand dan, maar verder lijkt het eiland vooral overgenomen/geëxploiteerd te worden voor en door het toerisme.

Inmiddels is het weer omgeslagen de stralende zon is verdwenen achter donkere wolken en er is weer een flink wind opgestoken. De laatste tien kilometer hebben we hem weer pal tegen dus we zijn blij als we weer in het campertje zitten op weg naar de volgende camping in Ribe.

Dat blijkt een aanharkte grote camping te zijn met een incheckmachine in plaats met een mevrouw aan de balie. We krijgen een camperplek met heuse aanlegsteiger toegewezen, het moet niet gekker worden. Maar de borrel en onze zelf gemaakte curry smaken er niet minder om, en morgen ochtend zullen we blij zijn want dan krijgen we geen natte voeten van het bedauwde gras.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *